Artikel

Het 183 dagen-beginsel – belasting van in Nederland gedetacheerde werknemers

De problematiek van de belasting van in Nederland gedetacheerde werknemers wordt geregeld door art. 15 van het Pools-Nederlandse verdrag.

De vergoedingen die een natuurlijke persoon die in Polen woont, in loondienst op Nederlands grondgebied verwerft, zijn alleen in Polen belastbaar, indien:

  1. de ontvanger gedurende een of meerdere periodes van niet langer dan in totaal 183 dagen op een periode van twaalf maanden, in het andere land (Nederland) verblijft, ingaand of eindigend in het betreffende belastingjaar,

  2. deze vergoedingen door of namens een werkgever worden uitbetaald, die in het andere land (Nederland) geen woon- of vestigingsplaats heeft,

  3. deze vergoedingen niet worden betaald door het bedrijf of de permanente vestiging die de werkgever in het andere land (Nederland) heeft. 

Art. 15 lid 2 van het Verdrag legt dus een uitzondering vast, volgens welke de vergoedingen voor werknemers uitsluitend belastbaar zijn in het land waar zij ingeschreven staan, in Polen dus, mits er aan alle in dat artikel gestelde voorwaarden wordt voldaan.

Wanneer aan welke van deze voorwaarden dan ook niet wordt voldaan, dan is de vergoeding voor werknemers belastbaar volgens de in art. 15 lid 1 van het Verdrag vastgelegde beginselen, namelijk in het land waar de arbeid wordt verricht (in Nederland) en in het land waar de belastingplichtige woonachtig is (in Polen).

 

Dit betekent dus dat:

- indien een Poolse werknemer gedurende 12 maanden langer dan 183 dagen in Nederland gaat werken, en/of

- indien zijn werkgever in Nederland een vaste instelling heeft,

de inkomstenbelasting van deze werknemer aan de Nederlandse fiscus moet worden afgedragen.

 

In aanvulling hierop moet worden opgemerkt, dat de in art. 15 lid 2 sub b) van het Verdrag opgenomen voorwaarde dat de vergoeding moet worden uitbetaald door of namens een werkgever die geen woon- of vestigingsplaats in Nederland heeft, overeenkomstig het Commentaar op art. 15 van het Modelverdrag inzake inkomsten- en vermogensbelasting van de OESO. Punt 8 van het Commentaar op art. 15 lid 2 stelt dat een werkgever in deze betekenis een persoon is die het recht heeft werkzaamheden te leiden en de hiermee samenhangende risico’s en verantwoordelijkheid draagt. Deze problematiek is van toepassing op uitzendbureaus die hun werknemers naar Nederlandse inleners uitzenden.

Wanneer er dus op internationale schaal arbeidskrachten worden ingehuurd, dan wordt de functie van feitelijke werkgever doorgaans vervuld door de inlener van dit personeel en niet door het uitzendbureau. In deze context kan de rol van werkgever niet worden toegeschreven aan de bemiddelaar, te weten het uitzendbureau. Om te bepalen welk subject (de bemiddelaar of de feitelijke gebruiker van het personeel) in de zin van art. 15 lid 2 sub b) van het Verdrag als werkgever moet worden beschouwd, dienen onder meer de volgende omstandigheden te worden geanalyseerd:

- Wie draagt de verantwoordelijkheid of het risico in verband met de resultaten van het werk van de werknemers?

- Heeft de inlener de taak de werknemer instructies te geven?

- Worden de werkzaamheden verricht op een plaats die onder controle van de inlener staat en onder diens verantwoordelijkheid valt?

- Wordt de vergoeding voor de bemiddelaar berekend aan de hand van de voor het werk gebruikte tijd of aan de hand van een verband tussen de vergoeding voor de bemiddelaar en het werk van de werknemer?

- Worden gereedschappen en materialen aangeleverd door de feitelijke gebruiker van het werk?

- Worden het aantal en de kwalificaties van de werknemers alleen door de bemiddelaar of ook door de feitelijke gebruiker van het werk bepaald?

Indien de gebruiker van het personeel (de Nederlandse contractant) de feitelijke werkgever is, dan moet worden geconcludeerd dat niet is voldaan aan de in art. 15 lid 2 sub b) van het Pools-Nederlandse verdrag gestelde voorwaarde en de vergoeding voor gedetacheerde werknemers dus belastbaar is volgens de in art. 15 lid 1 van het Verdrag vervatte beginselen (d.w.z. in Nederland en in Polen). Tevens moet, om dubbele belasting in Polen te voorkomen, de in het Verdrag vastgestelde methode voor het vermijden van dubbele belasting worden toegepast.